Generiek iPaaS platform | Integraties slim beheren

Deel dit verhaal!

Een generiek iPaaS-platform is pas waardevol als je grip krijgt op de integratieketen

Steeds meer organisaties werken met een landschap van SaaS-oplossingen, cloudplatformen, legacy-applicaties en specialistische systemen. Dat landschap verandert continu. Nieuwe applicaties komen erbij, bestaande systemen worden vervangen en processen lopen steeds vaker over meerdere omgevingen heen.

Daarmee groeit ook de integratievraag. Gegevens moeten van het ene systeem naar het andere, API’s moeten ontsloten worden en processen moeten blijven functioneren wanneer achterliggende applicaties veranderen. Een generiek iPaaS-platform kan daarin veel betekenen, maar alleen wanneer het meer doet dan systemen technisch aan elkaar knopen.

De echte waarde ontstaat wanneer integratie beheersbaar, herbruikbaar en bestuurbaar wordt.

Van losse koppelingen naar een integratieplatform

Veel organisaties beginnen pragmatisch. Voor een specifiek proces wordt een koppeling gebouwd tussen systeem A en systeem B. Voor een volgende toepassing komt daar een tweede integratie bij en enige tijd later volgt een derde.

Op zichzelf is daar weinig mis mee. Het probleem ontstaat wanneer tientallen koppelingen ieder hun eigen logica, uitzonderingen, transformaties en beheerafspraken bevatten.

Dan wordt het landschap steeds moeilijker te overzien. Een wijziging in één systeem kan gevolgen hebben voor meerdere processen, maar vaak is niet direct duidelijk welke. Integratiekennis raakt verspreid over scripts, documentatie en individuele beheerders.

Een generiek iPaaS-platform brengt die integraties samen in één beheersbare laag. Niet omdat alle systemen hetzelfde moeten worden, maar juist omdat verschillende systemen op een consistente manier met elkaar moeten kunnen samenwerken.

Niet iedere integratievraag is hetzelfde

De ene integratie bestaat uit het ophalen van gegevens, het transformeren van een aantal velden en het doorzetten naar een ander systeem. Bij een ander proces zijn meerdere databronnen betrokken, moeten bedrijfsregels worden toegepast en zijn verschillende vervolgstappen nodig.

Daarnaast ontstaat steeds vaker de behoefte om functionaliteit via API’s beschikbaar te maken. Niet alleen om twee applicaties met elkaar te verbinden, maar om data en processen gecontroleerd toegankelijk te maken voor andere onderdelen van de organisatie.

Een generiek iPaaS-platform moet daarom verschillende integratiepatronen ondersteunen zonder dat voor ieder nieuw vraagstuk opnieuw vanaf nul moet worden begonnen.

Binnen Service Automation Suite spelen DFC en API Composer daarin ieder een eigen rol.

DFC: datastromen beheersbaar opbouwen

Met DFC kunnen datastromen tussen verschillende systemen worden samengesteld en aangestuurd. De nadruk ligt daarbij niet alleen op het transporteren van gegevens, maar op de logica die nodig is om van broninformatie bruikbare informatie voor een ander systeem te maken.

Denk bijvoorbeeld aan een proces waarbij medewerkersgegevens vanuit HR moeten worden verrijkt voordat ze naar meerdere achterliggende applicaties worden gestuurd. Niet ieder systeem verwacht dezelfde velden, dezelfde structuur of dezelfde frequentie.

In een traditioneel integratielandschap kan die logica verspreid raken over verschillende koppelingen. Met een centrale aanpak kunnen transformaties, controles en verwerkingsstappen consistenter worden ingericht.

Dat maakt niet alleen de eerste implementatie overzichtelijker. Het maakt vooral toekomstige wijzigingen beter beheersbaar.

API Composer: bestaande functionaliteit gecontroleerd ontsluiten

Naast gegevensstromen ontstaat steeds vaker de vraag hoe bestaande functionaliteit via API’s beschikbaar kan worden gemaakt.

Daar komt API Composer in beeld.

Een organisatie kan bijvoorbeeld informatie uit meerdere bronnen combineren en als één bruikbare API beschikbaar stellen aan een andere applicatie. Ook kan bestaande functionaliteit worden ontsloten zonder dat een afnemende applicatie alle technische details van de achterliggende systemen hoeft te kennen.

Daarmee ontstaat een belangrijke scheiding.

Aan de ene kant staan de systemen waarin gegevens en functionaliteit zich bevinden. Aan de andere kant staan applicaties en processen die daar gebruik van willen maken. De integratielaag zorgt ervoor dat die werelden minder direct van elkaar afhankelijk worden.

Dat is belangrijk wanneer een applicatie wordt vervangen. Als iedere afnemer rechtstreeks gekoppeld is aan het achterliggende systeem, heeft zo’n verandering al snel grote gevolgen. Wanneer de toegang via een gestandaardiseerde API-laag verloopt, kan een groter deel van die verandering binnen de integratielaag worden opgevangen.

Hergebruik wordt belangrijker naarmate het landschap groeit

Een veelvoorkomend probleem bij integraties is dat vergelijkbare logica meerdere keren wordt gebouwd.

Een koppeling heeft bijvoorbeeld medewerkersgegevens nodig. Een tweede proces heeft vrijwel dezelfde gegevens nodig, maar haalt deze opnieuw rechtstreeks uit het bronsysteem. Een derde toepassing doet dat later nog een keer.

Daarmee ontstaan meerdere technische afhankelijkheden van hetzelfde systeem.

Een generiek iPaaS-platform maakt het mogelijk om integratiecomponenten, datastromen en API’s opnieuw te gebruiken. Daarmee verschuift integratie van losse projectoplossingen naar bouwblokken die binnen meerdere processen ingezet kunnen worden.

Dat verlaagt niet alleen de beheerlast. Het verkleint ook de kans dat verschillende processen dezelfde informatie op verschillende manieren interpreteren.

Integratie moet kunnen veranderen zonder dat alles opnieuw gebouwd wordt

De echte test van een integratieplatform komt meestal niet tijdens de eerste implementatie, maar bij de eerste grote wijziging.

Een leverancier introduceert een nieuwe API-versie. Een applicatie wordt vervangen. Een bedrijfsonderdeel wordt toegevoegd. Een organisatie neemt een andere partij over of besluit een proces anders in te richten.

In een sterk point-to-point landschap kan zo’n verandering een kettingreactie veroorzaken. Meerdere koppelingen moeten worden onderzocht, aangepast en opnieuw getest.

Een generieke integratielaag helpt om die impact te beperken. Wanneer datatransformatie, API-ontsluiting en proceslogica centraal worden georganiseerd, kunnen veranderingen op één plek worden opgevangen en gecontroleerd worden doorgevoerd.

Dat vergroot het verandervermogen van de organisatie.

Van technische integratie naar centrale regie

DFC en API Composer zijn uiteindelijk geen doel op zichzelf. Ze ondersteunen een bredere manier van kijken naar integratie.

Het gaat niet alleen om de vraag of systeem A gegevens naar systeem B kan sturen. De interessantere vragen zijn: welke bedrijfsregel bepaalt dat dit moet gebeuren? Wat gebeurt er als een stap mislukt? Wie moet daarvan op de hoogte worden gebracht? Kan dezelfde integratie worden hergebruikt? En is achteraf zichtbaar wat er met een specifieke transactie is gebeurd?

Daar raakt integratie aan orchestratie.

Een generiek iPaaS-platform vormt daarmee de technische basis waarop processen centraal kunnen worden aangestuurd en bewaakt. DFC ondersteunt het verwerken en verbinden van datastromen. API Composer helpt om functionaliteit en informatie op een gecontroleerde manier beschikbaar te maken. De orchestratielaag zorgt vervolgens voor de samenhang tussen die componenten.

Hoe generiek is jullie integratielandschap werkelijk?

Veel organisaties hebben inmiddels tientallen of zelfs honderden koppelingen. Toch betekent dat niet automatisch dat zij ook over een integratieplatform beschikken.

Een interessante vraag is daarom hoeveel van die koppelingen werkelijk volgens dezelfde principes zijn opgebouwd. Worden componenten hergebruikt? Zijn datatransformaties centraal beheerd? Is duidelijk welke applicaties afhankelijk zijn van welke API’s? En kan de organisatie eenvoudig een nieuw systeem toevoegen zonder meerdere bestaande integraties opnieuw te moeten bouwen?

Wanneer iedere koppeling nog als een afzonderlijk project wordt behandeld, blijft integratie duur en verandergevoelig.

Met een SAS Assessment brengen we het huidige integratielandschap, afhankelijkheden en beheerlast in kaart. Daarbij kijken we niet alleen naar bestaande koppelingen, maar ook naar waar standaardisatie, hergebruik en centrale procesregie mogelijk zijn.

Zo ontstaat een integratielaag die niet alleen systemen met elkaar verbindt, maar de organisatie ook helpt sneller te veranderen.

Wil je zien hoe DFC, API Composer en centrale orchestratie samen kunnen worden ingezet? Plan via onderstaand formulier een kennismakingsgesprek.

Oh, hallo daar 👋
Leuk je te ontmoeten
!

Meld je aan om elke maand geweldige inhoud in je inbox te ontvangen.

We sturen je nieuwtjes over ontwikkelingen in de markt en over ons!

We spammen niet! Lees ons privacybeleid voor meer info.


Deel dit verhaal!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven